Stellingname

<!–

Onze moving community

–>

Als jeugdspeler kun je te maken krijgen met problemen die je talentontwikkeling en voetbalplezier kunnen schaden.

Stelling: “ De scout voor onder twaalf jaar kan out”

De effecten van het op jonge leeftijd scouten zijn steeds vaker zichtbaar. Dat heeft er veelal mee te maken dat jongens in een harde volwassen wereld terecht komen waar ze nog niet klaar voor zijn. En aangezien clubs vrezen de ‘nieuwe’ messi mis te lopen is er een wedloop ontstaan aan het scouten op steeds jongere leeftijd.
Het wordt problematisch omdat er 95%+ van deze jongens vroegtijdig uitstromen en geen nazorg krijgen. Jongens die op jonge leeftijd al voor een BVO spelen gaan zichzelf ook zien als toekomstig profvoetballer. In de eerste plaats zijn het jonge jongens die hun eigen identiteit nog moeten vormen en vinden. Als je door iedereen in je directe omgeving wordt bestempeld als voetbaltalent en de jongen die het, dan al, ver heeft geschopt dan is het lastig om daarmee om te gaan. Je ontstijgt leeftijdsgenoten, leeft een ander leven en wordt veelal de hemel in geprezen. En dan, als dat stopt?

Ondersteund door talloze onderzoeken, die ook laten zien dat het effect van op jonge leeftijd scouten minimaal is. Eerder geldt vroeg rijp vroeg rot, De kans om als 8 jarige jongen bij een BVO uiteindelijk professioneel voetballer te worden is nog kleiner dan het winnen van de oudejaars loterij. Het is welletjes.

Vanuit MYF vinden wij dat het scouten onder de 12 verboden moet worden door wet- en regelgeving.

Stelling: “Betoog voor de sportpedagoog”

Voetbal is een best belangrijk onderdeel in onze samenleving. Kinderen vormen de grootste groep binnen de voetballende populatie in Nederland. Voetbal wordt gezien als een context waar jeugdspelers zich op persoonlijk vlak goed kunnen ontwikkelen. Kijkend naar de sport vanuit pedagogisch perspectief staat de jeugdspeler en zijn ontwikkeling centraal, vooral op persoonlijk vlak (fysiek, cognitief en sociaal-emotioneel). Voetbal kan helpen jongeren op te voeden. Het leert ze wie ze zijn, wat er van ze verwacht wordt en hoe ze zich moeten gedragen (Buisman, 2004; Bailey, 2006; Hilhorst et al., 2014; Jacobs, 2016).

Maar voetbal is niet vanzelf goed voor persoonlijke ontwikkeling of sociale integratie, het draagt niet vanzelf bij aan maatschappelijke doelen. Daar moeten we iets voor doen. Het antwoord op ‘iets’ ligt in de pedagogiek. Er is een grote wetenschappelijke en maatschappelijke bewijslast dat als sport aansluit op de ontwikkeling van de jeugd, sportparticipatie vele positieve effecten kan hebben. De sleutel voor zowel de positieve effecten als voor het tegengaan van negatieve effecten ligt dus bij ontwikkeling op een passende en stimulerende manier. Hierover gaat (sport)pedagogiek.

Bij Mind Your Football zeggen we: ‘bij elke BVO en (top)amateurvereniging moet een sportpedagoog, -psycholoog of sociaal maatschappelijk begeleider in dienst zijn’.
Hij of zij draagt zorg voor het welzijn van de jeugdspelers. Er zit een duidelijke pedagogische waarde in jeugdvoetbal. Dit maakt dat BVO’s een pedagogische verantwoordelijkheid én taak hebben. Dit geldt voor bestuurders, hoofd (jeugd)opleidingen, trainers en begeleiders. Om het welzijn en de ontwikkeling van de jeugdspelers goed te waarborgen is het van belang dat de club een duidelijke pedagogische visie heeft en de trainer en begeleider zich bewust is van zijn pedagogisch handelen (Bailey, 2006; Jacobs, 2016; Schipper-van Veldhoven 2016). De kern van pedagogisch handelen ligt dus in de ondersteuning van de persoonlijke en sociale ontwikkeling van jeugdspelers gericht op competentie, autonomie en relatie. Vooral zelfreflectie bij trainers, hoofd jeugdopleiding en begeleiders draagt bij aan het verbeteren van dit pedagogisch handelen. Hierbij is steun en begeleiding van een sportpedagoog of -psycholoog essentieel.